Creatief denken: krijgt het een kans?

Afgelopen week heeft vooral de ontsnapper in ons gezin mij aan het denken gezet. Het onderwijs op afstand maakt het ons als ouder niet makkelijk om hem aan het werk te krijgen: berichten op Smartschool worden meer niet dan wel gelezen, als hij hulp inschakelt wacht hij tot de persoon in kwestie er tijd voor heeft. Dat hij dan een deadline niet haalt beschouwt hij niet als zijn fout, maar van de helper die maar geen tijd wou vrij maken voor hem. Het maken van schoolopdrachten stelt hij uit tot het allerlaatste moment om ze dan weliswaar zeer geconcentreerd maar vooral op een zeer korte tijd te maken. 

In één lange adem aan iets doorwerken zit er absoluut niet in, want zodra hij de gelegenheid ziet om iets anders dan schoolwerk te doen, grijpt hij de kans. Hij ontsnapt dan niet om gewoon in de zetel te liggen niksen. Nee, dat niet. Hij wil actief bezig zijn: hij gaat lopen, springt op de trampoline, fietst, speelt op de playstation (in zijn geval is dat ook een totaal lichamelijke activiteit 😉), poetst, ruimt mee de kelder op enzovoort. Hij heeft ‘een gat op een pinneke’, zoals zijn oma vaak zegt. Af en toe valt zelfs het woord ADHD.


Het is om knettergek van te worden. Tot me gisteren begon te dagen waaróm hij dat doet. Aanleiding hiertoe waren de woordjes voor het vak Latijn. Deze week kreeg zijn klas bijna elke dag de opdracht van de leerkracht Latijn om een klein stukje tekst te vertalen. Doordat hij de afgelopen twee weken weinig woordenschat had herhaald (want dat had hij iedere dag stilletjes genegeerd), moest hij voor de meeste woorden in de woordenlijst op zoek gaan naar de betekenis ervan. Dat vertraagde het vertaalproces enorm en irriteerde hem mateloos. “Als het zo zit, hoeft het niet meer voor mij. Ik stop met Latijn!” We kwamen er gauw op uit om de woordenschat in stukken op te delen, het ook zo te leren en pas dan aan de vertalingen te beginnen. 

Maar het was vooral de bijhorende opmerking die mijn aandacht prikkelde: “Het leren van woordjes is saai want het kan alleen op zo’n gewone, saaie manier geleerd worden.” Dat hij die woordjes al springend op de trampoline mocht leren, vond hij een geweldig idee. “Mag dat dan?” Tuurlijk, waarom niet? Onze ontsnapper is een beweeglijke kerel en heeft het zeer moeilijk om op een stoel te worden vastgeplakt en aan de slag te gaan zoals dat van een leerling wordt gevraagd: je zit neer, maakt samenvattingen en overzichten en je leert. Je leert en je leert. Door te lezen, te schrijven, luidop je les op te zeggen en eventueel af toe te bewegen. Dat wordt zo vaak herhaald, dat hij dénkt dat dit de enige manier is van studeren. En dat wringt almaar vaker met zijn drang naar beweging. Vakken die hem dan te zeer ‘vastpinnen’ maken hem gefrustreerd en die wil hij dan liefst zo snel mogelijk schrappen of overslaan.


Deze manier van studeren voelt immers als een dwangbuis voor onze ontsnapper en dat vindt hij – hoe zou je zelf – een akelig gevoel. Hij bedacht daarom voor zijn woordjes Latijn een hele game waarmee je je woordenschat zou kunnen leren. Het was boeiend te horen op welke manier hij dat zou aanpakken en een warme gloed van trots maakte zich meester van me. Het deed me denken aan een TED Talk die ik even geleden heb gezien van Sir Ken Robinson over creatieve denkers en hoe het huidig onderwijssysteem over de hele wereld dit type denkers tegenhoudt in hun ontwikkeling. Niet alle kinderen zijn immers gemaakt om op een academische manier gevormd te worden. Ik laat Sir Ken Robinson zelf aan het woord. De man weet het zeer boeiend te vertellen en met de nodige zin voor humor:
https://www.youtube.com/watch?v=iG9CE55wbtY&list=PL70DEC2B0568B5469

Geef een reactie