Sorting by

×

Hoogbegaafdheid: een zegen of een vloek?

Hallo!

Voor wie me nog niet kent: ik ben Sandy en sinds februari ben ik als klinisch psycholoog aan de slag bij Oida. Ik begeleid er kinderen die tijdens hun groeiproces even op obstakels botsen, die de weg kwijt zijn en terug naar hun pad geleid moeten worden, die niet zo goed in hun vel zitten en daar hulp bij nodig hebben. Elk van deze kinderen zijn meer- of hoogbegaafd.

Toen ik enkele maanden geleden startte bij Oida en trots aan iedereen vertelde dat ik aan de slag zou gaan met meer- en hoogbegaafde kinderen en jongeren, kreeg ik allerlei reacties. Sommigen zeiden: “oh interessant zeg, daar wil ik ook wel meer over te weten komen!”. Maar evengoed kreeg ik heel wat verbaasde reacties: “huh hoogbegaafden, wat kan je daar als psycholoog mee doen? Die hebben toch geen problemen?” Meerdere keren moest ik uitleggen dat hoogbegaafdheid geen luxeprobleem is en dat er zich, net zoals bij andere kinderen, evengoed problemen voordoen tijdens hun ontwikkeling. Dat deze kinderen niet perse door het leven walsen, dat ook zij soms zoekende zijn naar (hun) geluk.

Ik was er best wel wat van geschrokken: er heerst in onze maatschappij duidelijk nog een verkeerd beeld over hoogbegaafdheid en dat maakt het taboe rond de psychologische problemen die er soms bij komen kijken nog alleen maar groter. Het stereotiepe beeld zegt namelijk dat deze personen ontzettend slim zijn, wiskundeknobbels zijn, goed kunnen studeren en taken flink afwerken, een hoog diploma halen en uiteindelijk een goed betaalde job hebben om vervolgens lang en gelukkig te leven. Hun hoogbegaafd potentieel wordt door de maatschappij gezien als een aangeboren zegen. De realiteit ziet er vaak helemaal anders uit en voor heel wat hoogbegaafden voelt hun potentieel eerder aan als een vloek.

Aan de mensen die reageren met “huh hoogbegaafden, wat kan je daar als psycholoog mee doen”, vertel ik dan ook dat hoogbegaafden…

  • … zich regelmatig eenzaam kunnen voelen omdat ze minder aansluiting vinden met leeftijdsgenoten
  • … zichzelf vaak hoge eisen stellen en daardoor last kunnen krijgen van faalangst
  • … meestal ook over een hypergevoelige kant beschikken waardoor ze de wereld alsook hun emoties intenser beleven
  • … een sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel hebben en als gevolg daarvan geregeld met gezaghebbers (zoals leerkrachten of werkgevers) in botsing kunnen komen
  • … vaak op hun honger blijven zitten qua uitdaging, waardoor ze hun motivatie verliezen en vervolgens eerder gaan onderpresteren
  • … zelfs als ze hun talent optimaal tot ontwikkeling brengen niet perse belanden in sectoren met een hoog loon.

Het hoeft dus niet te verwonderen dat er zich kinderen en jongeren aanmelden voor begeleiding. Een hoogbegaafd potentieel houdt namelijk zoveel meer in dan enkel het hebben van een hoog IQ. Het is een andere manier van denken, een andere manier van de wereld interpreteren, een andere manier van omgaan met anderen.

Opvallend is ook dat hun potentieel zich niet perse hoeft te uiten op schools vlak. Evengoed toont hun gave zich in een hobby waar ze zich gepassioneerd kunnen uitleven, of dat nu muziek, sport of nog iets anders is. Schoolse vaardigheden is maar één deel van het continuüm aan domeinen waarin ze hun talent tot ontwikkeling kunnen brengen. We laten ons bij Oida dan ook graag inspireren door het ‘Differentiated Model of Giftedness and Talent’ van Gagné. (link voorzien)

Het doel in onze praktijk is eenvoudig:  het potentieel van de kinderen of jongeren, dat ze ervaren als een vloek, omzetten naar een zegen. We gaan samen met hen op zoek naar hoe zij hun potentieel het best kunnen inzetten, op welk vlak ook. Het is voor hen – net zoals voor alle andere mensen – de enige manier om zich te laten zien in hun volle persoon en persoonlijkheid. Het is voor hen de enige manier om een leven te leiden dat hen voldoening geeft en geluk biedt.

En wij, wij stappen met hen mee tijdens hun weg om dat potentieel als een kracht te (leren) zien.

Groetjes

Sandy

Episode 3

Fragment uit het boek

‘Sterke leerlingen in de klas. Basistools voor verrijkend lesgeven’

(uitg. Gompel&Svacina, 2020)

(…)

Hoofdstuk 4

Het Drie-Ringenconcept van Renzulli en het Meerfactorenmodel en Mönks leggen dan wel uit wat hoogbegaafdheid is en proberen ook al te vertellen welke omgevingsfactoren hierin bepalend zijn, toch geven ze geen verklaring waarom sommige hoogbegaafden, ondanks hun aanleg, niet tot uitzonderlijke prestaties komen. Hier heeft Robert Gagné wel een verdienstelijke poging gedaan. Zijn Differentiated Model of Giftedness and Talent (verder: DMGT) is een klein beetje ingewikkelder dan de twee voorgaande modellen, maar het is zeker een aanrader je ook hier even in te verdiepen. Het model zorgt er immers voor dat enkele mythes rond hoogbegaafdheid worden weggewerkt en dat je met meer inspiratie aan je verrijkend lesmateriaal kan beginnen.

Het DMGT bestaat uit zes componenten, opgedeeld in twee groepen. In de eerste groep staan de gave, het leerproces en het talent centraal, de tweede groep legt de focus op factoren die het leerproces kunnen faciliteren of verhinderen.

  • Van gave naar talent via een leerproces

De eerste groep van het DMGT bestaat uit drie elementen: de gave, het talent en daartussen het leerproces. In de meeste wetenschappelijke literatuur wordt er geen onderscheid gemaakt tussen een gave en een talent, maar Gagné doet dit wel.

Met een gave bedoelt Gagné de uitzonderlijke natuurlijke capaciteit waarover een persoon beschikt in een bepaald domein. Deze gave is slechts bij tien procent van de mensen aanwezig.

Een talent is dan de uitzonderlijke prestatie die voortkomt uit die gave en benadert het meesterschap. De gave komt als het ware tot bloei en ontluikt in een talent[1]. Dat talent is ook bij slechts tien procent van de mensen aanwezig.

Om die gave om te zetten in een talent, is een leerproces noodzakelijk. Dit intensieve en langdurige leerproces is onderhevig aan verschillende factoren, waarmee Gagné duidelijk maakt dat wie een gave bezit, niet automatisch een talent heeft of krijgt. De ‘eigenaar’ van de gave moet hier lang en hard voor werken.

Hier komen we meteen aan het verschil met de voorgaande modellen van Renzulli en Mönks: hoogbegaafden slagen er enkel in hun gaven om te zetten in talenten als er een lang proces van leren en oefenen aan vooraf gaat. Het is dus bijvoorbeeld niet voldoende om ontzettend lenig te zijn. Wil je een prima ballerina worden, dan moet je deze lenigheid blijven onderhouden door allerlei oefeningen en specifieke begeleiding, jaar in jaar uit. De prachtige dansbewegingen van de prima ballerina worden dan wel als een talent gezien, ze blijven het resultaat van een lange weg vol oefenen en inspanningen.

Mythe 1 : Wie een gave heeft, heeft talent

Hiermee wordt meteen een eerste mythe rond hoogbegaafdheid weggewerkt: men kan dan wel een gave hebben, het betekent nog niet dat er automatisch uitzonderijke prestaties uit voortkomen. Een kind met een gave voor taal wordt nog niet meteen een schrijver met de meeste bestsellers, net zoals de wiskundeknobbel niet per se alle moeilijke oefeningen meteen foutloos zal maken.

(…)

Lees je graag meer?

In het boek Sterke leerlingen in de klas. Basistools voor verrijkend lesgeven (Gompel&Svacina, 2020) vind je het hele hoofdstuk samen met nog veel meer info over hoe je aan de slag kan gaan met meer- en hoogbegaafde leerlingen in de klas.

Je kan het boek verkrijgen via info@oida.be aan 25 euro (excl. verzendingskosten) of via bol.com.

[1] Gagné geeft op die manier aan dat een talent niet is aangeboren, in tegenstelling tot wat doorgaans wordt aangenomen.

X